Pater Hugo is kluizenaar en priester van het bisdom Groningen-Leeuwarden. Op https://www.paterhugo.nl schrijft, vlogt en podcast hij over de theologie van de ervaring van het heilige (mystieke theologie). <br/><br/><a href="https://www.paterhugo.nl?utm_medium=podcast">www.paterhugo.nl</a>

Geruis Uit De Kluis
Claim This Podcastby Pater Hugo
Podcast Overview
Pater Hugo is kluizenaar en priester van het bisdom Groningen-Leeuwarden. Op https://www.paterhugo.nl schrijft, vlogt en podcast hij over de theologie van de ervaring van het heilige (mystieke theologie). <br/><br/><a href="https://www.paterhugo.nl?utm_medium=podcast">www.paterhugo.nl</a>
Language
🇳🇱
Publishing Since
11/11/2025
1 verified contact email on file for Geruis Uit De Kluis
Pitch yourself as a guest, propose sponsorships, or reach out directly to the host.
Recent Episodes

June 30, 2026
Het ging nooit om de Latijnse Mis
<p><strong>Bij uitzondering deze keer een aflevering die gaat over de donkere kant van een intens geleefd geloof. Mijn excuses hiervoor, maar vanwege de liturgische stijl in de kluis vond ik het noodzakelijk mijn standpunt hierover duidelijk te maken. Ook verwacht ik dat er erg ongenuanceerd over geschreven en gepodcast zal worden. Ik heb mijn best gedaan het onderwerp hier op een meer invoelende manier aan te vliegen. Een bijpassende meditatie is natuurlijk moeilijk te schrijven, dus komt er binnenkort een losse.</strong></p><p>Op 1 juli gaan de bisschoppen van de opstandige priesterbroederschap Pius X zichzelf een automatische excommunicatie op de hals halen. Ze gaan namelijk nieuwe bisschoppen wijden terwijl de paus dat niet goed vindt. Dat vinden ze weliswaar heel vervelend, zeggen ze, maar ze vinden dat ze geen andere uitweg hebben. “Hier staan wij, wij kunnen niet anders,” zeggen ze in feite.</p><p>Het moet wel gezegd: voor een tragische maar onvermijdelijke verlegenheidsoplossing zijn die illegale bisschopswijdingen een beetje merkwaardig vormgegeven. Een tragisch maar onvermijdelijk meerdaags festival met de bijbehorende tragisch maar onvermijdelijke feestelijkheden. Je kunt er zelfs een tragisch-maar-onvermijdelijk wijnpakket bij bestellen. Wat is hier in godsnaam aan de hand?</p><p>(Intro)</p><p>‘Als je niet gelooft in Jezus Christus en gedoopt bent en katholiek gaat je ziel verloren en word je eeuwig gemarteld in een poel van vuur en haat.’ Daar geloofde minstens tot aan de tweede wereldoorlog het grootste deel van de katholieken heilig in.</p><p>Dat wil zeggen: ze geloofden zelf dat ze daar heilig in geloofden. Echt veel om het lijf kan dat geloof wel niet gehad hebben, want anders zouden ze zich wel met veel meer paniek en drift hebben uitgesloofd om iedereen tot Christus te bekeren. Tenzij ze egocentrische ijspegels zouden zijn geweest. Mensen die het wel prima vonden om in de hemel te zitten terwijl anderen eeuwig crepeerden in de hel. Maar zo was het natuurlijk niet, dat is onzin. De doorsnee katholiek geloofde alleen meer in zijn eigen geloof in de hel dan in de hel zelf. Ik kan me tenminste niet herinneren dat mijn protestantse ouders vroeger aan de lopende band katholieken aan de deur kregen om ze van de eeuwige straffen te redden.</p><p>Natuurlijk waren er ook uitzonderingen op deze regel. Er was een kleine minderheid die juist heel erg geloofde in de hel voor alle niet-katholieken. Die vond je vooral in de delen van Europa waar katholiek zijn niet vanzelfsprekend was. Waar de Kerk door niet-katholieken was vervolgd en gemarginaliseerd, zoals in Nederland en Frankrijk.</p><p>Waar mensen voor hun geloof moeten lijden wordt dat geloof nou eenmaal absoluter, harder en minder aanpassingsbereid. Niet voor niks kwamen uit dat soort landen ook de meeste missionarissen. Mensen die hun leven gaven om het Evangelie te verkondigen aan niet-katholieken.</p><p>Precies zo iemand was een zekere Marcel Lefèbvre, uit het noord-Franse Tourcoing. Bij hem was het geloof in de hel helemaal écht en héél acuut. Hij geloofde bovendien ook héél erg dat je die hel alleen kon ontlopen als je gedoopt katholiek was of daar toch tenminste heel erg naar verlangde. Zo was hij van jongs af grootgebracht, en hij kon zich niks anders voorstellen. En hij was géén onverschillige ijspegel, dus sloofde hij zich heel zijn leven uit om zoveel mogelijk mensen voor Christus te winnen.</p><p>Mensen willen redden was trouwens een familietrekje bij de Lefèbvres. Marcels vader, René, werd in 1944 in een concentratiekamp doodgeschoten omdat hij er alles aan had gedaan om Britse piloten te redden van de Duitsers. Net zo investeerde ook Marcel zijn leven in het heil van anderen. Door ziekenhuizen en scholen en kindertehuizen te stichten, maar vooral door mensen katholiek te maken en zo ook te laten ontsnappen. Niet aan de hel de nazi’s, maar aan de ééuwige hel. Hij kon de gedachte niet verdragen dat hij aan het einde van zijn leven niet álles zou hebben geprobeerd om zoveel mogelijk zielen te redden.</p><p>Een heel onwerkelijk idee vinden we dat tegenwoordig, en we hebben zelfs de neiging om er onze neus voor op te halen. ‘Zieltjes winnen,’ noemen we het. Maar als je heel eerlijk bent was zijn offer onzelfzuchtig en ontroerend, gewoon omdat hij er zelf zo oprecht in geloofde.</p><p>Met zijn karakter en achtergrond was het logisch dat hij missionaris werd, en ook gelijk een hele effectieve. Hij schopte het maar liefst tot aartsbisschop van Dakar en uiteindelijk praktisch tot leider van alle katholieken in Franstalig Afrika.</p><p>Dat werk was voor hem klaar in 1962. Toen gaf hij het stokje over aan de eerste aartsbisschop die zelf ook echt uit Afrika kwam. Zelf werd hij toen gekozen tot algemeen overste van zijn missiecongregatie, de spiritijnen. Dus ook toen weer bestond zijn taak eruit zoveel mogelijk mensen katholiek te maken.</p><p>Maar de tijden waren aan het veranderen en snel. Europa was getraumatiseerd door de gruwelen van de tweede wereldoorlog en in de war van alle technische ontwikkelingen. Mensen klonterden meer en meer samen in steden en verloren het directe contact met de natuur. In plaats van achter de ploeg werkten ze achter de typmachine. Ze kregen televisie en een eigen auto en hielden, vooral door de uitvinding van de antibiotica, op om overal maar de hele tijd dood aan te gaan. Ook kregen ze geen vijftien kinderen meer waarvan een kwart als baby of peuter stierf.</p><p>Het was ook toen voor het eerst dat echt veel mensen ver konden reizen. Ze bereikten steeds verdere oorden en leerden vreemde culturen voor het eerst écht kennen. En die bleken meestal helemaal niet primitief en sinister te zijn - zoals ze hadden geleerd, maar vaak juist fascinerend, edel en bewonderenswaardig.</p><p>Met andere woorden: de eerste helft van de twintigste eeuw was afschuwelijk geweest, maar er werd wel een hele nieuwe wereld uit geboren die in 1962 fris en fruitig en hoopvol en voorjaarsachtig uit de ogen keek. En de Kerk wilde in die lente mée. Paus Johannes XXIII riep daarom een grote vergadering van alle bisschoppen in Rome bij elkaar, een zogenaamd ‘concilie,’ om de Kerk bij de tijd te brengen.</p><p>En, wat veel mensen niet weten: Marcel Lefèbvre heeft daar gewoon aan deelgenomen. Hij was zelf een concilievader.</p><p>Maar hij kwam wél van een koude kermis thuis. Hij merkte tijdens de sessies van dat concilie al snel dat er een ordinaire touwtrekwedstrijd was ontstaan tussen bisschoppen die alles en bisschoppen die helemaal niets wilden veranderen. En tot zijn grote verdriet wonnen die eersten, en die pakten ook gelijk drastisch door.</p><p>Zo kon het gebeuren dat nota bene het hoogste kerkelijke leergezag de zin van alles waarvoor Lefèbvre zich in zijn leven had opgeofferd in twijfel trok. Het moet voor hem gevoeld hebben alsof hij persoonlijk met al zij idealen en levenswerk in de vuilnisemmer werd geflikkerd.</p><p>Het voornaamste probleem was voor hem dan ook niet, zoals veel mensen denken, de liturgie. Het voornaamste probleem was het document ‘Nostra Aetate,’ over de verhouding van de Kerk tot de niet-christelijke godsdiensten. Dat zette het exclusivisme van de Kerk - het idee dat er buiten de Rooms-Katholieke Kerk geen redding mogelijk is op losse schroeven.</p><p>Het beschrijft alle concurrenten van de Kerk en prijst ze eigenlijk letterlijk de hemel in. Het begint met de godsdiensten van het verre oosten, en ziet daarin “een straal van de Waarheid die alle mensen verlicht.”</p><p>Daarna gaat het verder over de islam, die toch ook één God aanbidt. Die met eerbied opkijkt naar Jezus als profeet. Die zelfs Maria in ere houdt. Dan volgt het jodendom, dat destijds - vlak na de holocaust - nog meer dan nu een gevoelig onderwerp was. Het document erkent dat de Kerk wortelt in Israël. Het verwerpt het idee dat het Joodse volk op de een of andere manier collectief schuldig zou zijn aan de dood van Christus.</p><p>Nou was Lefèbvre geen typische antisemiet, en bovendien had hij ruimschoots bewezen dat hij zich inzette voor alle mensen, zonder onderscheid. Maar wel door ze katholiek te maken. Daarom was dit document hem zo’n doorn in het oog. Als zo ongeveer elke godsdienst volgens de Kerk leuk en aardig zou zijn, waar had hij dan in vredesnaam zijn hele leven voor opgeofferd?</p><p>Persoonlijk vind ik het heel moeilijk te begrijpen dat iemand niet gewoon blij zou kunnen zijn met Nostra Aetate. Maar ik heb ook niet geleefd in een oudere, naïevere wereld. En mij in die wereld veertig jaar lang opgeofferd om mensen te behoeden voor een gevaar dat nu ineens helemaal niet blijkt te bestaan. Wat mij dan op pedante toon wordt verkondigd door dezelfde Kerk die vorige week nog het tegenovergestelde zei. En waarvoor ik juist aan het vechten was.</p><p>Misschien had hij aan dit alles nog wel kunnen wennen als de Kerk waaruit hij met hart en ziel leefde verder vertrouwd was gebleven. Als men hem tenminste in Frankrijk een thuis had gelaten. Maar ook dat was hem niet gegund. Het concilie zelf eindigde nog wel in documenten die je gewoon als katholiek kon herkennen. Maar in de nasleep van dat concilie zou vrijwel niks overeind blijven van de vertrouwde Europese religie, ook niet in Europa zelf. Voor Marcel Lefèbvre moet dat hebben aangevoeld als het einde van de wereld. In ieder geval was het het einde van zíjn wereld. Je kan het hem moeilijk kwalijk nemen dat hij daarvan van streek raakte.</p><p>En dat aspect van zijn levensdrama, het verdwijnen van zijn geestelijke thuis, uitte zich wél op het terrein van de liturgie: de vorm van de gebeden en rituelen. Van hoe het eraan toegaat in de Kerk. Dat lijkt een futiliteit. Waarom zou je zo moeten lijden onder het veranderen van kerkelijke tafelmanieren, om het aanpassen van etiquette? Maar als je even verder kijkt dan je neus lang is en even een antropologische in plaats van een theologische bril opzet zie je wel dat het zo onnozel niet is. Wie aan rituelen gaat prutsen verandert het hart van een religieuze belevingswereld. En geprutst werd er!</p><p>Als er tijdmachines zouden bestaan en je zou achter elkaar een Mis in 1950 en een Mis in 1970 kunnen bezoeken zou je denken dat katholiek Europa in de tussentijd door de Lutheranen of de Anglicanen was veroverd. Iets protestants met katholieke trekjes, maar niet te veel katholieke trekjes.</p><p>Daarbij had er een soort klerikale revolutie plaatsgevonden. De priesters voelden zich ineens geen dienaars van oude riten meer, maar kunstenaars en inspirators. Ze kropen achter Christus vandaan en konden nu eindelijk eens zélf stralen. Letterlijk. Ze draaiden zich om zodat ze tegenover de andere gelovigen kwamen te staan. Ze voltrokken ook geen ceremonies meer, ze improviseerden die, net als ooit de kerkvaders zouden hebben gedaan, volgens hen. Daarbij hadden ze niet in de gaten dat ze daar niet voor waren opgeleid en meestal ook geen talent voor hadden. Trouwens ook niet de tijd van leven. Liturgie groeit evolutionair over generaties, niet revolutionair uit creatieve uitbarstingen.</p><p>In de praktijk kwam het erop neer dat sentimentele liedjes in de plaats kwamen van het stoere gregoriaans en dat aardewerken bekers en houten borden werden gebruikt om aan een keukentafel iets te plegen wat in de verte wel een beetje deed denken aan iets kerkelijks. Ook begonnen ze eindeloos te preken, soms wel drie keer per Mis. Vooral ook werd alles heel politiek. Voor de gelovigen veranderde de kerkgang in een oefening in het uithouden van plaatsvervangende gêne.</p><p>Die begonnen dan ook massaal weg te lopen - de gestudeerden en de mensen met een goede smaak het eerst, en even later de jongeren. Het duurde alleen even voor de heren geestelijkheid zich daarvan bewust werden. En toen ze het eenmaal in de gaten kregen konden ze gewoon niet meer terug zonder toe te geven dat ze zich onsterfelijk belachelijk hadden gemaakt. En dat konden ze niet opbrengen. Nog steeds niet, trouwens.</p><p>Toch is, ik zei het al, het verhaal van Lefèbvre niet in de eerste plaats een verhaal over iemand die weigert de afbraak van de katholieke liturgie te accepteren. Dat denken veel mensen wel, maar dat element was in feite bijkomstig. Het verhaal van Lefèbvre is geen verhaal over liturgie, over Latijn, gregoriaans en goudbrokaten gewaden. Het is zelfs geen verhaal over gebed, contemplatie en godsontmoeting.</p><p>Zijn strijd ging niet tegen de veranderingen ná het concilie, maar tegen het concilie zelf. Het ging hem om wat hij zag als het relativeren van de enige waarheid die kon redden: dat er geen heil is buiten de Rooms-Katholieke Kerk, en dat er in andere godsdiensten nog geen straaltje van Gods licht te vinden is.</p><p>Lefèbvre was niet de apostel van een authentieke liturgie. Hij was de apostel van het oude katholieke superioriteitsgevoel. De angstige arrogantie die nou eenmaal gepaard gaat met een lawaaierig beleden geloof dat stiekem heel wankel is. Een geloof dat in paniek raakt als God anders, groter en ongrijpbaarder blijkt te zijn dan je dacht.</p><p>En wij, buitenstaanders, kunnen daar maar beter niet een te grote mond over lostrekken. Want die ervaring, dat God ver uitstijgt boven jouw voorstelling van Hem, overvalt ons allemaal, vroeg of laat. En dan moeten we nog maar afwachten of we daar dan sereen op zullen reageren. Deze video is dan ook niet bedoeld om Marcel Lefèbvre te veroordelen of zwart te maken. Wat hem overkwam is droevig, maar had ons allemaal kunnen overkomen in zijn situatie.</p><p>Eigenlijk moet je zijn moed bewonderen. Zijn tijd was een tijd waarin de paus nog als een afgod aanbeden werd. Je tegen de heilige stoel verzetten was een soort geestelijke zelfmoord. Maar toch stelde hij zijn principes, misleid of niet, boven zijn persoonlijke veiligheid en reputatie. Ik vind persoonlijk dat de man ongelijk had, maar ik heb absoluut respect voor zijn échtheid.</p><p>Hij begon seminaristen om zich heen te verzamelen en stichtte een soort tijdcapsule van de katholieke cultuur van zo rond 1950 of zo. Die noemde hij de priesterbroederschap Pius X, officieel opgericht in 1970. Die bestond in eerste instantie vooral uit een priesteropleiding, een seminarie, in het Zwitserse Écône. Daar leerden jongens met een priesterroeping uit theologische handboeken uit 1950 de theologie uit 1950.</p><p>En hoewel het hem, zoals ik al zei, niet allereerst om de liturgie te doen was, leerde hij ze ook de Mis te vieren zoals ze voor de rare veranderingen van na het concilie was geweest. Ironisch genoeg zorgde juist dát ervoor dat zijn beweging best heel succesvol werd, en veel groter dan een groepje boze reactionaire theologen anders ooit had kunnen worden.</p><p>Want de meeste mensen die bij de priesterbroederschap naar de Kerk gingen kwamen daar niet terecht omdat ze onverdraagzaam waren jegens mensen met een andere godsdienst, maar omdat ze naar verheffende, sacrale liturgie verlangden. Naar een authentiek godsdienstig leven, dat verder hoogstens nog in een enkele abdij kon worden gevonden.</p><p>Hoe dan ook liep dit alles natuurlijk niet goed af, want dat doen dergelijke acties uiteindelijk nooit. Lefèbvre’s heiharde katholieke fundamentalisme was gewoon niet meer geloofwaardig in een wereld die klein geworden was. Je kon ineens zelf naar India reizen, of naar Japan, en daar werelden ervaren waarin het christendom gewoon geen factor was. En ook gewoon moeilijk voor te stellen.</p><p>En de godsdiensten van die oorden kwamen wel vreemd op ons over, maar eerder in de zin van fascinerend dan beangstigend. Geloven dat al die mensen, onder wie dezelfde schoonheid, liefde, tederheid en ontroering woonden als onder ons, automatisch zouden worden veroordeeld tot een eeuwig leven van pijn en wanhoop was al helemaal niet meer voor te stellen. Dat een boos oud mannetje in de wolken al die goedwillende mensen naar een altijddurend martelkamp zou sturen alleen omdat ze niet gedoopt waren vergde ineens niet meer een algemeen, vanzelfsprekend katholiek geloof, maar een heel ander soort geloof. Het soort bekrompen geloof dat alleen wereldvreemde fanatiekelingen op kunnen brengen.</p><p>Hetzelfde soort geloof dat je aantreft bij mensen die denken dat de regering is geïnfiltreerd door buitenaardse hagedissen. Of dat de wereld plat is.</p><p>Een sektarisch geloof, met andere woorden, dat mensen steeds verkrampter opsluit in een klein kringetje van gelijkgestemden. En dat was precies wat Lefèbvre overkwam. Zijn gemeenschap raakte uiteindelijk grotendeels negatief gemotiveerd. Ze werd minder gedreven door liefde voor de traditie als door angst voor al het nieuwe en chaotische. En op basis van angst kun je geen Kerk zijn. Dat was ook wel te merken aan de grote rol die politiek rechts al snel begon te spelen in de beweging. Ook tegenwoordig nog hebben de aanhangers van het traditionalistische katholicisme en die van extreem-rechtse politieke partijen nogal wat overlap.</p><p>Wat je ook kon zien aankomen, was dat de theologie en de eredienst in zo’n reservaat waarschijnlijk zouden stagneren, dus zich niet meer verder zouden gaan ontwikkelen. En dat is de dood in de pot. Want ook een traditionele cultuur staat nooit helemaal stil, tenminste niet als die gezond is. Maar de priesterbroederschap van Lefèbvre kwam muurvast te zitten in een soort katholieke groundhog day waarop het eeuwig 1930 was.</p><p>Geen Kerk, maar een experimenteel-archeologisch project.</p><p>De officiële kerkelijke autoriteiten waren ondertussen - we gaan weer even terug naar de jaren 1970 - nog steeds in de meest intolerante fase van hun dronken vernieuwingsdrift. Bij een dergelijke bui hoort gewoon dat je niet snapt dat niet iedereen daar net zo enthousiast over is als jij. Mensen die dronken of verliefd zijn, zijn nou eenmaal niet redelijk. Zelfs niet als ze bisschop zijn. De contacten tussen Lefèbvre en het kerkelijke gezag verzuurden dus van twee kanten steeds verder. Men verbood hem priesters te wijden en toen hij daar toch mee doorging suspendeerde men hem in 1976.</p><p>Dat betekende nog niet dat hij uit de Kerk werd gezet, maar wel dat hij zijn ambt niet meer mocht uitoefenen, dus niet alleen geen priesters meer wijden, maar zelfs niet meer de Mis opdragen. Daar trok hij zich alleen niets van aan.</p><p>Onder zijn leiding groeide er dus zoiets als een parallelkerk. Dat was zeker niet wat hij wilde, maar zijn koers maakte het evengoed onvermijdelijk.</p><p>Nou kan zo’n parallelkerk in de katholieke wereld niet zomaar voortbestaan als je geen bisschop hebt. Waar de bisschop is, is de Kerk. De genade van zijn ambt gaat in een ononderbroken lijn terug op de apostelen, en zo op Jezus zelf. Zonder een bisschop kun je geen nieuwe priesters wijden, en is er dus ook geen heilige Mis, het hart, hoogtepunt en fundament van het hele christendom.</p><p>Toen Lefèbvre dan ook merkte dat hij oud begon te worden kreeg hij het steeds benauwder van het idee dat als hij zou sterven, zijn beweging geen bisschoppen meer zou hebben en dus ook geen geldige sacramenten.</p><p>Natuurlijk kon hij die bisschoppen gewoon zelf wijden. Maar dat zou dan wel moeten zonder toestemming van de paus, en dat was een groot probleem. Dat werd al sinds mensenheugenis gezien als een ongeoorloofde actie. Zoiets was nog net geen kerkscheuring op zichzelf, maar het hing er wel tegenaan. Sinds 1951 stond er zelfs de straf van de automatische excommunicatie op.</p><p>Excommunicatie is de zwaarste straf in het katholieke kerkelijk recht. De geëxcommuniceerde is zo goed als uit de Kerk gezet en mag niks meer bedienen of besturen.</p><p>Lefèbvre probeerde dat nog wel te vermijden, maar de situatie was tegen die tijd al zo verschrikkelijk bitter geworden dat dat station eigenlijk allang gepasseerd was.</p><p>Dus wijdde hij in 1988 vier bisschoppen en was daarmee geëxcommuniceerd en die bisschoppen ook.</p><p>Dat is tragisch, en moet een groot persoonlijk drama voor hem zijn geweest. Het is bovendien helder dat het niet alleen zijn eigen schuld was. Het wereldbeeld dat hij voorstond was weliswaar rationeel voor de meesten van ons niet meer houdbaar, het dat heb ik al uitgebreid besproken. Maar wat bezielde in godsnaam de kerkelijke autoriteiten van toen? Hoe kun je denken dat je ongestraft een hele godsdienstige belevingswereld per decreet door een totaal andere kan vervangen? En dat haastig en achteloos, zonder enig geduld en pastoraal doorzettingsvermogen?</p><p>De houding van Lefèbvre en de zijnen zal in die tijd een vreselijk arrogante indruk hebben gemaakt, en de toon die dit soort mensen aanslaat is voor buitenstaanders nog altijd vaak écht heel irritant. Maar dat had men in die tijd toch moeten zien aankomen, en op de een of andere manier was men totaal niet voorbereid.</p><p>Goed. We gaan verder met ons verhaal. We schrijven 1988 en Lefèbvre en de zijnen zijn geëxcommuniceerd.</p><p>Merkwaardig genoeg had dat alles in eerste instantie praktisch, voor de dagelijkse gang van zaken, niet veel consequenties. Zowel de aanhangers van Lefèbvre als de rest van de Kerk gingen gewoon verder met waar ze al mee bezig waren. En omdat niemand zat te wachten op een formeel schisma - waarbij er dus echt definitief twee verschillende kerken zouden zijn - draaiden beide partijen in het vervolg om de pot als er werd gevraagd wat voor kerkjuridische status die priesterbroederschap binnen de Kerk nou eigenlijk had. In 1991 stierf Marcel Lefèbvre.</p><p>Ondertussen begon de katholieke wereld in zijn geheel zo langzamerhand eindelijk wat te ontnuchteren. De koortsachtige hoop van vlak na het concilie en de wilde experimenten die daarmee gepaard waren gegaan verdwenen. In de golven van de kerkverlating en de ontkerstening, welteverstaan, die in de katholieke Kerk nog veel harder gingen dan bij de protestanten. De verwachte nieuwe lente van de Kerk werd een lange winter van sterven en krimpen. Zoiets leidt normaliter bij mensen tot nederigheid.</p><p>En het duurde merkwaardig lang, maar uiteindelijk werd men daardoor wel degelijk tot bezinning gedwongen, hoewel het zelfinzicht nog zeker niet over de randen klotste.</p><p>Al onmiddellijk na de excommunicatie van Lefèbvre en zijn bisschoppen begonnen de diplomaten van Johannes Paulus de Tweede met pogingen om zoveel mogelijk traditionalisten in de Kerk te houden of weer in de Kerk te krijgen. De aanhangers van Lefèbvre die het niet eens waren geweest met de illegale bisschopswijdingen verenigden zich in diverse kloosterorde-achtige structuren. En die werden door het Vaticaan ook goedgekeurd, met oude liturgie en al. Er werd een commissie opgericht, ‘Ecclesia Dei’ genaamd, die moest waarborgen dat mensen die om goede redenen wilde vasthouden aan traditionele vormen van liturgie en parochie- en kloosterleven daar ook de kans voor kregen.</p><p>Onder zachtmoedige en tolerante paus Benedictus werd dit beleid nog versterkt. In 2006 hief hij de excommunicatie van de vier bisschoppen van Lefèbvre op. In 2007 publiceerde hij het document ‘Summorum Pontificum,’ waarin de oudere liturgische vormen zo goed als dezelfde rechten kregen als de nieuwbouwrituelen uit de jaren zestig.</p><p>Het verbaasde sommigen dat de Lefèbvristen toen niet en masse juichend terugkeerden in de schoot van de Kerk.</p><p>Maar ik zei het al: het probleem was voor hen nooit de liturgie. Het probleem was het concilie zelf, en dan vooral de ontkenning dat het heil exclusief en alleen in de tastbare Rooms-Katholieke Kerk te vinden was. Ze bleven het Vaticaan dus wantrouwen, wat nog versterkt werd door het beleid van de opvolger van Benedictus, paus Franciscus.</p><p>Die was een typische Zuid-Amerikaanse linkse populist. Die zijn er altijd sterren in om aan te voelen welke symbolische gebaren mensen leuk vinden. Te demonstreren hoe gewoon en hoe menselijk ze zijn, vertederende momentjes te creëren die het goed doen in de media. Ontroerende one-liners te debiteren die niemand ooit nog zal vergeten. Ook Franciscus wist zich op die manier uiterst populair en geliefd te maken, niet in de laatste plaats bij mensen die verder niet zoveel met de Kerk hadden.</p><p>Maar hij bezat wel ook die andere kant van het populisme, namelijk een volkomen willekeurige manier van regeren, en juist de tradionalisten kregen van die kant van hem de volle laag, want die begreep hij gewoon niet en hij werd agressief van ze. In eerste instantie leek hij zich nog wel constructief op te stellen. Hij gaf de priesters van Lefèbvre de mogelijkheid om geldig biecht te horen en huwelijken te sluiten. Hij bood ze zelfs een heel luxe kerkrechtelijke status aan, een personele prelatuur, als ze zich weer volledig met het kerkelijke gezag zouden verenigen.</p><p>Maar ze vertrouwden hem niet, en de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ze daar ook wel een beetje gelijk in hadden. Bij Franciscus was het soms alle seizoenen op één dag. Wat hij met de ene hand gaf kon hij de volgende dag met de andere weer wegnemen. Dat is bij een bepaald type bestuurder nou eenmaal een manier om de wind eronder te houden.</p><p>Hij deed dat trouwens niet alleen met traditionalisten, maar met iedereen, gebiedt de eerlijkheid te zeggen. Denk maar aan zijn omgang met gelovige homoseksuelen. Het ene moment maakte hij ontroerende opmerkingen in de trant van ‘wie ben ik om te oordelen?’ om dan even later weer te schelden op ‘nichtengedoe.’ Het ene moment liet hij een documentje opstellen om het zegenen van homoseksuele relaties mogelijk te maken dat hij dan een paar dagen later weer tot zover liet terugdraaien dat het van een zegening in een belediging omsloeg.</p><p>Nou zullen de Piusbroeders dat specifieke geval wel niet zo tragisch hebben gevonden, maar ook zij durfden er niet op te vertrouwen dat ze binnen de normale kerkstructuur veilig zouden zijn. Ze werden daarin ook bevestigd toen Franciscus in 2021 de verruiming van de oude Liturgie voor traditionele katholieken die al binnen de Kerk waren weer terugdraaide. Hij deed dat bovendien niet in een sfeer van vaderlijke bezorgdheid. Eerder op een manier die minstens de indruk wekte zorgvuldig ontworpen te zijn om zoveel mogelijk conservatieve katholieken zo hard mogelijk tegen hun ziel te schoppen. Ze duidelijk te maken dat ze er niet echt bijhoorden, dat ze derderangs christenen waren.</p><p>Ineens was het dus ook een stuk ontspannener om traditionalist buiten de kerkelijke hoofdstructuur te zijn dan erbinnen.</p><p>Dat brengt ons weer terug bij de situatie zoals die er nu ligt. De huidige paus Leo is niet bepaald extravert, dus is het niet zo makkelijk te ruiken wat hij denkt. Maar wel is het duidelijk dat hij, veel meer dan de vorige, hecht aan normaal fatsoenlijk gedrag, zelfs tegenover moeilijke mensen. Tegelijk zit hij natuurlijk wel in een onmogelijke situatie. Hij kan zich moeilijk door een willekeurig stelletje opstandige geestelijken laten dicteren om zomaar bisschopswijdingen toe te staan. Tegelijk zijn de Lefèbvristen door het beleid van Franciscus verder van de rest van de Kerk af komen te staan dan ooit. En ze beweren wel van niet, maar uit hun gedrag blijkt dat ze daar niet alleen meer en meer aan gewend beginnen te raken maar er zo langzamerhand ook vrede mee beginnen te krijgen.</p><p>Want, zoals ik aan het begin van dit filmpje al zei: Het is lastig om op een triomfalistische zelfmanifestatie met bijbehorend wijnpakket het etiket ‘tragisch maar onvermijdelijk’ nog serieus te nemen.</p><p>En wat je verder ook vindt van Marcel Lefèbvre: ik weet zeker dat zoiets hem verdriet zou hebben gedaan. God hebbe zijn ziel.</p> <br/><br/>This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit <a href="https://www.paterhugo.nl/subscribe?utm_medium=podcast&utm_campaign=CTA_2">www.paterhugo.nl/subscribe</a>

June 6, 2026
Drie momenten van Communie
<p></p> <br/><br/>This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit <a href="https://www.paterhugo.nl/subscribe?utm_medium=podcast&utm_campaign=CTA_2">www.paterhugo.nl/subscribe</a>

June 6, 2026
Griezelen van Gods nabijheid?
<p>Het tederste gebaar tussen mensen die van elkaar houden is misschien wel het elkaar voeren. De één houdt de ander iets voor de mond - een stukje fruit, een lepeltje ijs - en die ander opent zich. Dit is géén functionele transactie, maar een moment van uiterste kwetsbaarheid en overgave. Van volledig vertrouwen. Van helemaal opengaan voor elkaar. Je ziet dit dan ook - tenminste in een ideale, menselijke situatie - alleen gebeuren tussen mensen die werkelijk iets van elkaar zijn. Die van elkaar houden.</p><p>Geen wonder dat dat ook meer dan duizend jaar lang de manier was waarop wij de Communie ontvingen. Wij knielden neer en staken onze handen onder een laken - wij maakten ons, met andere woorden, helemaal kwetsbaar, en openden onze mond. En God maakte zich nog kwetsbaarder dan wij al waren en legde zich - Brood geworden - daarin. Dat had Hij al honderden jaren voor Christus’ geboorte beloofd: ‘Doe je mond wijd open en Ik zal hem vullen,’ zingt Hij in de Psalm.</p><p>Dat is logisch, want onze band met God is niet zakelijk, maar intiem, persoonlijk, vertrouwd en helemaal open. Hij is namelijk iets van ons, eigen. Hij is ons zelfs, zoals Augustinus het uitdrukte, ‘intiemer nabij dan wij onszelf nabij zijn.’</p><p>De Communie is geen afstandelijke liefdadigheid die God bewijst aan vreemden. Het is een hartstochtelijk liefhebben en bemind worden, wederzijds, met alle aspecten van beminnen die je tussen mensen ook ziet gebeuren.</p><p>De Communie is dus ook gevaarlijk, zoals alle intieme relaties gevaarlijk zijn. Je geeft je in vertrouwen over op een manier die je strikt bewaart voor je familie en je geliefde.</p><p>(Intro)</p><p>Wie tegenwoordig in een katholieke kerk mensen de communie ziet ontvangen zou denken dat het ging om het uitdelen van medicijnen of zo, bij een uitbraak van iets. Men staat in de rij en steekt de handen uit. Een priester - of een willekeurige vrijwilliger die niet van de rest te onderscheiden is - reikt zakelijk de pilletjes uit en zegt erbij wat het precies is. Het is de kerk, maar het had ook de GGD kunnen zijn. Er is niks bijzonder kwetsbaars of persoonlijks aan, laat staan iets dat zou kunnen schokken. Het is ongevaarlijk en vooral ook onpersoonlijk.</p><p>Toch gaat het hier om hetzelfde fenomeen dat door een van de grootste geleerden aller tijden als volgt beschreven wordt:</p><p>Christus’ liefde is tegelijk hebberig en gul: Hij geeft ons alles wat hij heeft en alles wat hij is, maar hij neemt ook weer alles wat wij hebben en alles wat wij zijn. En hij eist meer van ons dan wij kunnen volbrengen. Zijn honger kent geen grenzen: hij verteert ons tot op onze bodem, want hij is een gulzige schrokker, echt zíek van de honger. Hij zuigt het merg uit onze beenderen... En wij: konden wij de begerige lust zien die Christus heeft om ons zalig te maken, dan zouden wij Hem uit onszelf in zijn mond willen springen. Ik weet best hoe bizar zulke liefdespraat klinkt, maar wie zelf bemint weet precies wat ik bedoel. De natuur van Jezus’ liefde is edel: waar zij verteert, daar wil zij voeden.</p><p>Daar is helemaal niks ongevaarlijks of onpersoonlijks aan. Laten we even een stapje terugdoen om te kijken of we hier chocola van kunnen maken. Wanneer voeren mensen elkaar?</p><p>Kleine kinderen worden gevoerd door hun ouders. Minnaars voeren elkaar. Hoogbejaarde ouders worden gevoerd door hun kinderen.</p><p>In eerste en laatste instantie voer je elkaar als een van de twee nog niet, of niet meer zelfstandig kan eten. Degene die voert zegt daarmee: jij kan uit jezelf niet leven, daarom geef ik van mijn leven aan jou. Ik doe moeite en spaar mij eten uit de mond omdat ik wil dat je bestaat en leeft.</p><p>Als je nog heel klein bent doe ik dat omdat ik wil dat je bestaat en blijft bestaan, omdat je uit mij geboren bent, omdat je het wonder van mijn leven bent. Elke dag dat je groeit, dat je meer jezelf wordt, dat je uit je knop komt bezorgt mij dat een diepe, innerlijke blijdschap. Door jou te voeren en de laten bloeien word ik zelf ook ten diepste wie ik ben: Vader of Moeder.</p><p>Als je hoogbejaard bent voer ik je omdat ik je zo lang mogelijk bij me wil houden. Ik weet dat ik die strijd ga verliezen, maar ik doe het toch. Want ik ben dankbaar. Jij bent mijn vader of mijn moeder. Jij bent mijn oorsprong.</p><p>Tussen die twee momenten in zit misschien wel het meest bizarre moment van voeren en je laten voeren. Want dan kan je heel goed zelf eten. Je bent volwassen, of ruimschoots volwassen zelfs, er mankeert je niks aan je armen of benen. En toch geef je je over en laat je je voeren. Door iemand op wie je verliefd bent. Zo verliefd dat je jezelf ervoor zou willen opgeven. Dat je je helemaal in die ander zou willen verbergen en investeren. Dat je uit die ander wilt leven.</p><p>Al die manieren van liefhebben spelen zich ook af tussen jou en God, of je je daarvan nou bewust bent of niet.</p><p>Ten eerste is iedere mens Kind, zijn hele leven lang. Je bent altijd in potentie iets nieuws, een vrucht die nog moet ontkiemen, zaad dat nog moet opschieten. Je hele leven ben je hoop, zoals een kind hoop is. Het maakt daarbij niet uit hoe oud of cynisch of wereldwijs of teleurgesteld je bent. Dat alles is uiteindelijk niet echt. God ziet in jou altijd - tot achter de laatste keer dat je ademhaalt - nieuw leven.</p><p>Tegelijk ben je ook, tijdens je hele aardse bestaan, zo kwetsbaar als een kind: tegenover de krachten van het lot en de kosmos en de grillen van de wereld en de mensheid ben je zo hulpeloos als een baby in een bos. Maar achtergelaten ben je nooit. Wij leven, bewegen en zijn in God, en Zij leeft, beweegt en is in ons. En Zij voert ons omdat Zij onze Moeder is. In de Kerk zie je nog wel eens een pelikaan die zich in haar eigen borst pikt om met haar bloed haar jongen te voeren. Dat is weliswaar achterhaalde middeleeuwse biologie, maar wel een sprekend beeld voor wat het wil zeggen.</p><p>De oude manier van Communie ontvangen laat dat ook zien: je maakt je klein, je buigt je hoofd omhoog en doet je snaveltje open als een klein vogeltje. En dan legt de goede God er gul een dikke, vette pierewurm - sorry, ik laat me wat meeslepen door het beeld. Hij legt er natuurlijk geen wurm in, maar zijn eigen Lichaam en Bloed, zijn Warmte en Leven. Omdat Hij van je houdt en jij zijn Kind bent. Dat is ook een van de betekenissen van dat witte laken, waar je je handen en armen onder stopt. Je bent er als het ware in genesteld als een vogeltje, maar het lijkt ook op de doeken waar zuigelingen vroeger in werden ingebakerd. Omwikkeld. Je was helemaal hulpeloos en kon alleen je mond nog opendoen. En dat gaf niks, want je was veilig bij je moeder. Dat is het soort vertrouwen dat God van ons vraagt. En verdient, trouwens, ook.</p><p>Maar wij zijn niet alléén Kind van God die onze Vader en Moeder is. Want mensen voeren niet alleen hun kinderen, maar ook elkaar, als ze heel verliefd zijn, ik zei het al. En ook zó doet God met ons.</p><p>Onze ziel is de Bruid van God de Zoon, onze Bruidegom, zeggen wij traditioneel. Hij bemint ons niet alleen als een Moeder, maar als een vurige Minnaar. Tegelijk is God, als vrouwe Wijsheid, ook de Bruid van de Zonen van Adam. Dat alles speelt zich wel af op een geestelijk niveau, boven letterlijke geslachtelijkheid en seks. Zodoende worden de goddelijke Personen ook zowel mannelijk als vrouwelijk opgevoerd in teksten die hierover gaan, ook in de Bijbel. Maar het zou onzin zijn te doen alsof het vurige verlangen tussen Hem en ons onschadelijk zou zijn gemaakt omdat het geestelijk is. Het is niet identiek, maar wel analoog aan de liefde tussen man en vrouw. Die dus ook, met andere woorden, heilig is. Precies dat is juist de wortel van het taboe dat erop rust.</p><p>Zodoende zucht onze ziel naar God: ‘Als een appelboom onder de bomen van het woud, zo is mijn geliefde onder de jongemannen, zegt ze.’ In zijn schaduw verlang ik te zitten, zijn vrucht is zoet voor mijn gehemelte. Hij bracht mij naar het wijnhuis, zijn banier over mij is liefde. Versterk mij met rozijnenkoeken, verkwik mij met appelen, want ik ben ziek van liefde. Zijn linkerhand is onder mijn hoofd, zijn rechter omhelst mij.’</p><p>Hadewijch, die heilige vrouw, beschreef de Communie als volgt: “Hij kwam zelf tot mij, en nam mij geheel in zijn armen en drukte mij tegen zich aan. Al mijn ledematen voelden de zijne in heel hun genoegen, naar het verlangen van mijn hart, naar mijn mensheid.”</p><p>God de Zoon is het Woord, dat de wereld bevrucht met vorm en betekenis.</p><p>‘Met toewijding en diepgevoelde liefde eten en verteren wij de mensheid van onze Heer in onze natuur,’ schrijft Ruusbroec, ‘want liefde trekt in zich alles wat zij liefheeft. En met diezelfde liefde verteert en trekt onze Heer onze natuur in zich, en vervult ons met zijn genade... Zie, zo zullen wij voortdurend eten en gegeten worden, en met minne op en neer gaan. En dit is ons leven in de eeuwigheid.’</p><p>Maar God het Woord is ook Sofia, de Wijsheid Gods, die bij het scheppen van de werkelijkheid alle geuren en kleuren van alles wat ooit zou bestaan al in zich bevatte en gul en vrijgevig over de aarde uitstrooide.</p><p>“De Heer schiep mij als het begin van zijn weg,” zegt zij in het boek Spreuken, “als het eerste van zijn werken van oudsher. Van eeuwigheid af ben ik gevormd, van het begin, voor de aarde bestond. Toen Hij de hemel grondvestte was ik erbij. Ik was zijn lieveling dag aan dag, spelend voor zijn aangezicht te allen tijde, spelend op de aardbodem, mijn vreugde was bij de zonen van Adam.”</p><p>In de werkelijkheid waar we nu zijn binnengegaan is de Communiebank in plaats van een wiegje de tafel van het bruidsbanket geworden. De dwaal, de witte doek waar wij ons hulpeloos onder maken is ineens geen vogelnestje meer, maar een liefdesnestje, de ‘kamer van mijn moeder,’ zoals het in het Hooglied heet, waarin de Bruid haar Minnaar binnenleidt.</p><p>Enfin, dit aspect van het verhaal laat ik nu verder rusten, voor er straks niemand meer ter Communie dúrft. Hoewel, het volgende aspect is zo mogelijk nog gevaarlijker.</p><p>Want er was nog een derde stadium waarin mensen elkaar voeren, en dat is het moment aan het einde van je leven dat je opnieuw hulpeloos wordt. Ook dan moet je je weer laten voeren, moet je je weer overgeven. Want er is een tijd van komen en een tijd van gaan, en als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, brengt zij geen vrucht voort. Ook wij moeten vroeg of laat dit leven loslaten omdat wij vérder moeten. Omdat wij nou eenmaal bijtjes zijn die voor een hogere honing zijn gemaakt.</p><p>In ons doopsel zijn wij al eens met Christus gestorven en weer opgestaan, als nieuwe mensen. Dat alles zou nu tot vervulling en bekroning moeten komen. En zo wordt er van ons opnieuw een groot vertrouwen gevraagd. Ons lijden en vergaan en loslaten te binden aan Christus’ lijden en vergaan en loslaten. In uw handen, Heer, beveel ik mijn geest. Ik stel mij zo voor dat dat een reis is die niemand van ons, behalve Jezus zelf, en natuurlijk zijn moeder, volmaakt en zonder dwalen volbrengt. Maar dat hoeft ons niet verdrietig of bang te maken. Want Jezus geeft ons zijn eigen Lichaam en Bloed als reiskost. Nu is de communiebank het graf en de dwaal de lijkwade. Hij geeft de Geest aan ons, wij geven de Geest in Hem.</p><p>Dit stadium lijkt wel lelijk en donker en koud, maar ligt stiekem heel dicht bij het vorige, bij de vereniging van Bruidegom en Bruid. Wij lijken wel verloren en verdwaald, maar er wordt met intens verlangen op ons gewacht. Mochten wij niet op tijd verschijnen, dan zal er naar ons worden gezocht en zullen wij worden gevonden. En mochten wij onderweg in slaap zijn gevallen, dan zullen wij worden wakker gekust.</p> <br/><br/>This is a public episode. If you'd like to discuss this with other subscribers or get access to bonus episodes, visit <a href="https://www.paterhugo.nl/subscribe?utm_medium=podcast&utm_campaign=CTA_2">www.paterhugo.nl/subscribe</a>
47 total episodes available
Similar Podcasts
Discover related shows you might enjoy
Deep-dive analytics for Geruis Uit De Kluis
Frequently asked questions
Have a different question and can't find the answer you're looking for? Reach out to our support team by sending us an email and we'll get back to you as soon as we can.
- What is Geruis Uit De Kluis?
- How often does this podcast release new episodes?
This podcast updates daily.
- Where can I listen to this podcast?
This podcast is available on 4 platforms including Apple Podcasts, Spotify, and more. You can also use the RSS feed directly.
- Does this podcast accept guests?
No, this podcast does not typically feature guests.
Legal Disclaimer
Pod Engine is not affiliated with, endorsed by, or officially connected with any of the podcasts displayed on this platform. We operate independently as a podcast discovery and analytics service.
All podcast artwork, thumbnails, and content displayed on this page are the property of their respective owners and are protected by applicable copyright laws. This includes, but is not limited to, podcast cover art, episode artwork, show descriptions, episode titles, transcripts, audio snippets, and any other content originating from the podcast creators or their licensors.
We display this content under fair use principles and/or implied license for the purpose of podcast discovery, information, and commentary. We make no claim of ownership over any podcast content, artwork, or related materials shown on this platform. All trademarks, service marks, and trade names are the property of their respective owners.
While we strive to ensure all content usage is properly authorized, if you are a rights holder and believe your content is being used inappropriately or without proper authorization, please contact us immediately at hey@podengine.ai for prompt review and appropriate action, which may include content removal or proper attribution.
By accessing and using this platform, you acknowledge and agree to respect all applicable copyright laws and intellectual property rights of content owners. Any unauthorized reproduction, distribution, or commercial use of the content displayed on this platform is strictly prohibited.



